Met "Belgium 2040. Van Stilstand naar Strategie" leveren Rudy Aernoudt en Peter De Keyzer een scherpe analyse van de huidige toestand van België en roepen zij op tot een krachtig keerpunt. Volgens hen is het dringend noodzakelijk drastische maatregelen te nemen om de toekomst van het land veilig te stellen. Of men het nu eens is of niet met de voorgestelde sociaaleconomische remedies, het verdient lof dat twee auteurs meerdere pagina’s wijden aan nieuwe ideeën voor eenvoudigere en transparantere instellingen.

Belgisch kader

Belgium 2040 is geen boek dat specifiek gewijd is aan institutionele kwesties. Die komen zelfs slechts zijdelings aan bod. Het grootste deel van de analyse handelt over de sociaaleconomische situatie van België. Maar zowel op dat vlak als in de enkele pagina’s over zuiver institutionele materies, verheugt vooral het kader waarin de auteurs hun reflectie plaatsen. R. Aernoudt en P. De Keyzer lijken weinig geloof te hechten aan theorieën die pleiten voor een verdere splitsing van het land. Hun volledige analyse, zowel de scherpe diagnose van de economische situatie als de remedies die zij voorstellen, situeert zich resoluut binnen een Belgisch kader. Dat twee auteurs zo nadenken over de toekomst van onze regio’s binnen België, en separatistische en nationalistische hersenspinsels laten voor wat ze zijn, verdient op zich al waardering.

Zwitserland

De auteurs nodigen de lezer vooral uit om inspiratie te zoeken in Switzerland. Dat land wordt wel vaker als voorbeeld aangehaald. Wat opmerkelijk is in Belgium 2040, is dat het Zwitserse voorbeeld deze keer op een zinvolle manier wordt gebruikt. Terwijl veel politici Zwitserland graag aanhalen als model van een confederatie (wat het sinds 1848 niet meer is), of selectief elementen uit een federaal model plukken dat sterk verschilt van het onze (bijvoorbeeld inzake residuaire bevoegdheden), halen R. Aernoudt en P. De Keyzer inspiratie uit Zwitserse administratieve organisatievormen die wel degelijk vergelijkbaar zijn met de Belgische instellingen. Hun pleidooi voor de afschaffing van ministeriële kabinetten en voor een rechtstreekse samenwerking tussen ministers en hun administratie is daarvan een voorbeeld. Iedereen blijft uiteraard vrij om zijn eigen mening te hebben over de legitimiteit van ministeriële kabinetten; feit is dat België hier eens met Zwitserland wordt vergeleken op een domein waar die vergelijking zinvol is.

Institutionele hervormingen

Zoals velen vóór hen stellen de auteurs een harde diagnose van de structurele inefficiëntie van de Belgische overheid. Zij wijten die aan een te groot aantal ambtenaren. Of men die analyse deelt of niet, ze verbaast niet gezien de duidelijk liberale achtergrond van beide auteurs. Interessanter is dat zij de oorzaak van die inflatie van het aantal ambtenaren aanwijzen: net als B Plus tonen zij aan dat de opeenvolgende staatshervormingen de ambtenarij structureel hebben doen uitdijen, zonder dat een verhoging van de globale efficiëntie van de overheid kan worden aangetoond. De opsplitsing van de bevoegdheid Buitenlandse Handel wordt aangehaald als een voorbeeld van wat men vooral niet had mogen doen — iets wat B Plus al jarenlang aanklaagt.

Waar sommigen graag spreken over een “institutionele lasagne”, verkiezen de auteurs het beeld van “institutionele spaghetti”. Een lasagne bestaat immers uit verschillende ordelijk opgebouwde lagen. Spaghetti daarentegen raakt volledig verstrengeld, zodat het onmogelijk wordt nog duidelijk te onderscheiden welke plaats en rol elk onderdeel heeft in het geheel. De versnippering van bevoegdheden tussen de verschillende bestuursniveaus in België is zo groot geworden dat het niet langer duidelijk is wie bevoegd en verantwoordelijk is voor welke materie. Daarom pleiten R. Aernoudt en P. De Keyzer voor een drastische rationalisering van de instellingen, en schuiven zij verschillende voorstellen naar voren die ook door B Plus al lang worden verdedigd: herfederalisering van bevoegdheden, een hiërarchie van normen en een federale kieskring. Andere, radicalere voorstellen verdienen zeker een breder debat, zoals de invoering van territoriaal federalisme en de afschaffing van de gemeenschappen.

Politieke cultuur

Naast deze institutionele hervormingen stellen de auteurs tal van sociaaleconomische hervormingen voor, van uitgesproken liberale aard. Maar zij zijn zich goed bewust van de grenzen van die oefening. Al deze voorstellen volstaan niet indien zij niet gedragen worden door een bredere verandering van de politieke en maatschappelijke cultuur. Op een manier die misschien verrassend is voor liberale auteurs, betreuren zij het heersende individualisme en roepen zij op tot een sterker collectief bewustzijn en een groter verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de gemeenschap. Dat doet denken aan het beroemde “Ask not what your country can do for you — ask what you can do for your country” van John F. Kennedy. Zij aarzelen dan ook niet om meer conservatieve ideeën te formuleren, zoals een hervorming van de toegang tot de Belgische nationaliteit en de uitwerking van een ambitieus nationaal verhaal, gericht op de toekomst — een “nationale droom” die burgers uit alle regio’s en van alle afkomst zou kunnen mobiliseren.

Nawoord

Een bespreking van Belgium 2040 zou niet volledig zijn zonder melding te maken van het krachtige nawoord van Bruno Segers. In deze korte tekst herinnert hij eraan dat België geen gebrek heeft aan studies, analyses en diagnoses van zijn politieke, sociale en economische moeilijkheden. In die zin is Belgium 2040 slechts één boek meer in een lange rij. Daarom benadrukt B. Segers dat het nu niet langer tijd is voor analyses, maar voor actie. Met een duidelijke dosis voluntarisme pleit hij ervoor niet te wachten op een volgende staatshervorming — waarvan niemand weet wanneer die er zal komen — om in actie te schieten. Men moet ervaren mensen duidelijke opdrachten geven, over de bevoegdheidsgrenzen heen, om al te complexe situaties te deblokkeren. Voor de moeilijkste dossiers moeten “intendanten” worden aangesteld die de opdracht krijgen alle betrokken partijen rond de tafel te brengen en oplossingen af te dwingen ondanks de institutionele moeilijkheden. Men moet ophouden zich achter de institutionele complexiteit te verschuilen om niets te doen. Het is wellicht vooral van die oproep tot actie ondanks de moeilijkheden dat de huidige politici zich zo snel mogelijk zouden moeten laten inspireren.

R. Aernoudt en P. De Keyzer, Belgium 2040. Van stilstand naar strategie, Ertsberg, 2026.